Een onverwachte liefde voor barokmuziek, de rust en focus die tai chi haar geeft en een familiegeschiedenis die teruggaat tot twee gestroopte fazanten. Tweede violist Frances Thé vertelt in drie steekwoorden over wat haar gevormd heeft. Te beginnen bij de plek waar haar verhaal begon.
Tasmanië
“Daar ben ik geboren. Het is een juweel van een eiland met een bijzondere geschiedenis. Australië was ooit de plek waar de Engelsen hun criminelen naar stuurden. Maar Tasmanië was de plek waarnaar veel van de ergste criminelen werden verbannen. Mijn overovergrootvader is naar Tasmanië gestuurd omdat hij tijdens de hongersnood twee fazanten had gestroopt. In de ogen van de Britten was hij dus een crimineel. Nadat hij zijn straf had uitgezeten, werd hij in Tasmanië vrijgelaten om een nieuw leven op te bouwen. Daar ontmoette hij mijn Ierse overovergrootmoeder. Dus dankzij die twee fazanten besta ik.
Maar ik wilde niet in Tasmanië blijven, ik wilde de wereld ontdekken. Mijn vader begreep dat. Hij is geboren in Indonesië als zoon van een Chinese migrant, ging naar Australië voor zijn studie en is in Tasmanië beland. Dus elke generatie zocht hun kansen elders.
Hij zei tegen mij: “Als je hier blijft, dan is er niks meer dan dit.” Hij wist dat ik meer wilde. Ik vertrok toen permanent naar Nederland om hier mijn geluk als musicus te beproeven. Nu ga ik elk jaar terug naar Tasmanië. Ik zou er niet meer willen wonen, maar het heeft een speciale plek in mijn hart.”

Tai chi
“Eigenlijk ben ik voor de muziek met tai chi begonnen. Ik wilde iets wat mij meer focus zou geven en een meer geaard gevoel zou geven. Dat is nu tien jaar geleden. Ik heb sinds kort een nieuwe tai chi meester, waarmee ik de diepte in ga. Het gaat om het loslaten van angsten en alle fysieke spanningen. En net als muziek gaat het om samenspelen en de andere mens goed aanvoelen. Je leert een soort rustige focus te behouden die je in contact brengt met je innerlijke energie.
Ik geef nu zelf ook tai chi les aan zo’n twintig studenten. Ze komen om rust te beleven en afleidingen los te kunnen laten. Na een uur is iedereen totaal veranderd, zijn hun zorgen weg en voelen we ons verbonden in het hier en nu. Als ik lesgeef ben ik ineens geen musicus. De meeste leerlingen weten niet dat ik violist ben bij Amsterdam Sinfonietta en dat doet er ook niet toe. Er heerst een sterk community gevoel binnen de groep. We are one.”

Barok
“Ik had helemaal niks met barok. Ik vond het maar saai. Maar de liefde voor barokmuziek ontstond toen een vioolstudent van mij een specifiek stuk uit de barok wilde spelen en een barokstok bij zich had. Hij zei: “Ik wil het ook met een barokstok spelen en jij moet me laten zien hoe.” Ik had nog nooit zo’n stok in mijn handen gehad, maar toen ik begon te spelen was het alsof er een nieuwe deur voor me openging. Ik voelde de adem van de muziek en de sprekende articulatie. De stok dwong me iets anders te doen. Vanaf dat moment ben ik het verder gaan uitzoeken en dat was het begin van een soort ‘love affair’, haha! Inmiddels heb ik zo’n twintig stokken, uit verschillende perioden.
Ik ben weer gaan studeren, juist om de barok beter te leren begrijpen. Mijn masterthesis ging over de retoriek in de barok, de kunst van de redevoering. En nu geef ik gastlessen op het conservatorium hierover. Je kunt het eigenlijk overal toepassen. Het gaat erom hoe je de luisteraar overtuigt of in een bepaalde gevoelsstand brengt met de muziek. Het is eigenlijk een beetje ‘betoveren’. Maar hoe beter je dat kan, hoe blijer je publiek is.


Hoofdfoto: Peter Mathew