Vorige zomer verscheen De weemoed van de reiziger van Jan Brokken, veertien tot de verbeelding sprekende verhalen over kunstenaars en de reizen die ze maakten. Een heerlijk boek dat niet alleen inspireert om nog veel meer boeken en gedichten te gaan lezen, maar ook om te luisteren naar opnames van Amsterdam Sinfonietta van de muziek van Antonín Dvořák en Béla Bartók.

Jan Brokken verstaat de kunst van het reizen. In zijn imposante oeuvre staat een nieuwsgierigheid naar menselijke verhalen en onverwachte ontmoetingen centraal, gecombineerd met zijn liefde voor kunst. In De weemoed van de reiziger, een bundeling van veertien oude en nieuwe reisverhalen (die zijn uitgever ter gelegenheid van zijn 50-jarig schrijverschap publiceerde in 2025) draait alles om zintuiglijkheid. Om het genot van het kijken naar landschappen en schilderijen, om het lezen van gedichten en verhalen van de groten uit de wereldliteratuur, en om het luisteren naar klassieke muziek.

Een stoet van uiteenlopende, reizende kunstenaars passeert de revue: van de Hongaarse componist en pianist Béla Bartók (1881-1945) tot de Albanese schrijver Ismail Kadara (1936-2024), van de Tsjechische componist Antonín Dvořák (1841-1904) tot de Nederlandse architect en meubelontwerper Gerrit Rietveld (1888-1964), van de Italiaanse componist Claudio Monteverdi (1567-1643) tot de Nederlandse cellist Anner Bijlsma (1934-2019). En nog veel meer. Als geen ander maakt Jan Brokken ons duidelijk dat reizen en kunst ons in beweging zetten, ons doen denken en voelen.

De charme van de ontmoeting

Dat reizen wellicht niet meer van deze tijd is, blijkt onder andere uit de huidige extreme hittegolf in Europa. Reizen is vervuilend, of in elk geval niet duurzaam, dus thuisblijven is het beste voor de wereld. Hoewel Jan Brokken inmiddels niet meer gewetenloos op reis gaat, ziet hij reizen nog steeds als iets essentieels om de wereld te leren kennen. In De weemoed van de reiziger formuleert hij dat als volgt: ‘Als iets een reis onvergetelijk maakt, dan is het de onverwachte ontmoeting. Ik heb na 2001 vaak overwogen het reizen te staken, om politieke, morele of ecologische redenen. Reizen vervuilt, op alle mogelijke manieren. Wat me weerhield, was de mogelijkheid tot onverwachte ontmoetingen. Zo’n treffen dat je een andere wereld binnentrekt en dat je van de ene in de andere verbazing doet vallen.’ (p.208)

Wij lezers laten ons makkelijk verleiden door de vertelkunst van Brokken en zijn hem dankbaar dat hij ons meeneemt op zijn reizen. Door zijn boeken te lezen kunnen we samen met hem, en met de kunstenaars over wie hij schrijft, prachtige culturele reizen maken.

Bartók & Dvořák

In eerder verschenen boeken als Met musici (1988) en In het huis van de dichter (2008) bewees Jan Brokken al dat zijn verhalen over musici en hun muziek zeer tot de verbeelding spreken. In vier van de veertien verhalen uit De weemoed van de reiziger doet hij dat opnieuw. Liefhebbers van klassieke muziek moeten in ieder geval Klaagzang van Ariadne lezen (over een verloren manuscript van Monteverdi) en De Servais (over wijlen cellist Anner Bijlsma die naar de Verenigde Staten reisde om Bachs Cellosuites op te nemen op een oude Stradivarius). De overige twee muziekverhalen gaan over Bartók en Dvořák, componisten die regelmatig op het repertoire staan van Amsterdam Sinfonietta.

Afscheid van Boedapest gaat over Béla Bartóks laatste concert in Boedapest, op 8 oktober 1940, waarna hij en zijn vrouw uit protest tegen de keuze van zijn land voor de nazi’s naar de Verenigde Staten emigreerden. Op geniale wijze vervlecht Brokkken een toevallige ontmoeting met een Hongaarse vriendin – die in het bezit is van het affiche van dat laatste concert – met het leven en werk van Bartók. Onder andere zijn affiniteit met volksmuziek komt uitgebreid aan bod. ‘Hij zocht in de folklore naar essenties, naar het onschuldige, het zuivere, het niet vervormde, het kinderlijke, het ruige’ (p.47). Treffend verklankt door Amsterdam Sinfonietta in Bartóks Divertimento, de Roemeense volksdansen met Lucie Horsch en Rapsodie nr. 1 met Olivier Patey.

In Naar de Nieuwe Wereld bezoekt Jan Brokken het Tsjechië van Antonín Dvořák, die zo veel van treinen hield dat hij het geluid ervan in zijn muziek verwerkte. Brokken noemt het een wonder dat Dvořák musicus is geworden, want nog meer dan van noten en klanken hield hij van locomotieven en grote stations, het Praagse Staatsstation voorop. Niet alleen Boheemse volksdeuntjes en inheemse Afro-Amerikaanse spirituals, maar ook treinreizen stimuleerden hem bij het componeren. Brokken maakt dezelfde wandeling die de jonge Dvořák een tijd lang dagelijks maakte – met links de Donau en rechts het spoor – en verzucht: ‘Hier op dit bankje moet bij Dvořák de liefde voor het reizen begonnen zijn. Voor de grote, bevrijdende sprong naar de buitenwereld. Voor het avontuur en het ongewisse. Voor het nieuwe en het onbekende.’ (p.86). Die nieuwsgierigheid naar nieuwe avonturen resulteerden in vele kleurrijke composities, zoals Dvořáks meeslepende Serenade for Strings, een lievelingsstuk van Amsterdam Sinfonietta.

Noortje Zanen

Ook op Spotify: The Bohemian Album met Dvořáks Serenade for Strings en Bartók Brahms met Bartóks Divertimento.

Ontvang de nieuwsbrief

Blijf altijd op de hoogte van het laatste nieuws over onze concerten en releases.