De Iraans-Oostenrijkse cellist Kian Soltani is een graag geziene gast bij Amsterdam Sinfonietta. Ook dit seizoen keert hij terug met een programma waarin Oost en West elkaar ontmoeten. Ditmaal deelt hij het podium met de Iraanse meester van de kamancheh, Kayhan Kalhor. “Met Sinfonietta is het altijd avontuurlijk,” vertelt Soltani.
Je hebt een hechte band met Amsterdam Sinfonietta. Hoe is die ontstaan?
“Door de jaren heen hebben we bijzondere projecten samengedaan. Wat ik bijzonder vind aan Sinfonietta, is dat het nooit standaard is. Of we een Haydn-concert uitvoeren of een nieuw werk: we zoeken altijd naar nieuwe klankwerelden. Daar zijn ze als strijkorkest ongelooflijk goed in. We brachten samen twee wereldpremières speciaal voor ons geschreven, waaronder een celloconcert van de Azerbeidzjaanse componist Franghiz Ali-Zadeh en een dubbelconcert van Rembrandt Frerichs voor cello en kamancheh. Dat laatste was ook mijn eerste kennismaking met Kayhan Kalhor.”
Hoe kijk je terug op de samenwerking met Kayhan Kalhor?
“Dat was een enorme eer. Kayhan is een van de grootste Iraanse musici ter wereld. Ik ben heel blij dat we nu opnieuw samen spelen, en dit keer ook een stuk van hemzelf: Blue as the Turquoise Night of Neyshabur. Het is een heel meditatief werk, bijna tranceachtig, met prachtige kleuren en een bijzondere sfeer. Hij is als musicus ontzettend open; dat maakt onze samenwerking heel organisch. Er is veel ruimte voor improvisatie en versieringen, wat perfect past bij deze muziek.
Kayhan en ik hebben ook samen met Amsterdam Sinfonietta een muziekfilm opgenomen met een stuk van Colin Jacobsen, Atashgah; dat was een inspirerend project. We spelen Atashgah ook tijdens deze serie. Ik kan mij voorstellen dat het ditmaal een heel andere uitvoering wordt; we gaan het ontdekken.”
In je programma’s verbind je vaak oosterse en westerse muziek. Hoe kijk je naar die verbinding in de wereld van vandaag?
“Ik ben opgegroeid in Oostenrijk, maar Iran voelt als mijn tweede thuis, want mijn beide ouders komen er vandaan. Wat er nu speelt in de wereld, de spanningen en conflicten, is voor mij helaas niets nieuws. Er is altijd al veel onrecht geweest. Wat politici beslissen en doen, staat voor mij los van muziek. Ik geloof niet dat zij de verbinding tussen oost en west kunnen verbreken. Mensen blijven altijd met elkaar verbonden. Ik heb vrienden in zowel Israël als Iran, en die steunen elkaar. Dat zal altijd zo blijven, daar geloof ik heilig in.
Mijn eigen herinneringen aan Iran zijn trouwens heel klein en persoonlijk: ik ben er maar één keer geweest. Ik was een jaar of elf en alles wat ik mij herinner, is de woonkamer van mijn grootvader, waar ik mijn eerste Harry Potter-boek las en ik was totaal gefascineerd.”
Het thema van deze concertreeks is ongelukkige liefde. Is dat ook een inspiratiebron voor jouw eigen composities?
(lacht) “Eigenlijk niet. Ik schrijf juist eerder muziek wanneer ik gelukkig ben. Dan maak ik voor de lol liefdesliedjes voor iemand, maar dat blijft privé. Het zijn geen klassieke werken, eerder wat popachtige of elektronische dingen. Gewoon voor de fun, niet voor het podium.”
Je speelt tijdens deze toer ook Şahmeran van Fazıl Say. Wat spreekt je aan in dit stuk?
“Het is een prachtig, exotisch werk. Ik ken het van opnamen, want ik heb het nog niet eerder uitgevoerd. En ik vind het echt een toevoeging dat er percussie in zit. Say’s werk vertelt een verhaal, dat vind ik belangrijk in muziek. Er zitten mooie klankeffecten in Şahmeran: regen die wordt gesuggereerd door zachte pizzicato’s van de strijkers, en daar doorheen hoor je de donder van de percussie. Het voelt alsof je binnen zit tijdens een storm en naar de regen op het dak luistert. Heel beeldend. Fazıl schrijft ontzettend creatief; ik ben al lang fan van zijn muziek.”
Met Amsterdam Sinfonietta werk je zonder dirigent. Hoe ervaar je dat?
“Het geeft enorm veel vrijheid en energie. Ze spelen vanaf iPads, wat flexibiliteit geeft: de artistiek leider heeft bijvoorbeeld de partituur en kan cues geven of andere lijnen meespelen. Samen nemen we als het ware de rol van dirigent over. In deze samenstelling is een dirigent eigenlijk niet nodig. Iedereen hoort elkaar, luistert en reageert.”
Je komt vaak in Amsterdam. Wat doe je daar graag buiten de concertzaal?
“Ik heb daar inmiddels veel vrienden, en we hebben een vaste traditie: pokeren. Gewoon bij iemand thuis, met een paar euro inzet. Dat doe ik eigenlijk alleen in Amsterdam, vaak ook met mensen van Sinfonietta. Het gaat niet om het winnen, maar om de gezelligheid, overigens een van mijn favoriete Nederlandse woorden: ‘Gezellig’, al is het onuitspreekbaar!”
Inge Jongerman